Zondag dertien juni, dat is de datum van de laatste foto waar ik nog zwanger opsta. Het is een selfie met Ayden. Hij ligt tegen mij aan op de bank tv te kijken en heeft mijn shirt omhoog getrokken en zijn hand op mijn buik gelegd. Het is een smeltmomentje. Ik maak een foto omdat het er zo lief uitziet en terwijl ik de foto neem, schiet het even door mijn hoofd: ‘misschien is dit wel de laatste foto die ik neem van mijn zwangere buik’. Toch stop ik die gedachten weer snel weg, want ik ben nog niet eens 38 weken zwanger. Ik kijk naar dat kleine handje op die grote buik en denk aan het nóg kleinere handje dat in die buik zit verstopt. Straks is dat kleine handje van Ayden een enorme klauw in vergelijking met jouw spillepootjes.
Over naar de orde van de dag, het is zeven uur geweest en bedtijd voor Ayden. Even later staan Bert en Janny voor de deur om voetbal te komen kijken, Oranje moet de eerste poulewedstrijd spelen. Na een mooie 3-2 overwinning op Oekraïne gaan mijn ouders naar huis en wij naar bed. Bij het opstaan van de bank merk ik echter op dat ik een beetje een zere buik heb. Een licht zeurend gevoel onderin in mijn buik, alsof ik ongesteld moet worden. Toch denk ik er nog niet veel van, we hebben immers een druk weekend achter de rug…
De dag ervoor hadden we namelijk een dagje dinoland gedaan met Ayden. Het is maar een klein park, dus ik hoefde niet ver te lopen, maar toch had ik wel weer andere manieren gevonden om mij druk te maken. Er was bijvoorbeeld een hele coole skelterbaan. Eerst had ik netjes langs de kant gestaan en foto’s en filmpjes gemaakt van hoe Michael samen met Ayden op schoot door de baan croste. Nadat ze echter voor de derde keer waren langs gescheurd, kon ik mezelf niet meer bedwingen. Ik sleurde een skelter de baan op en zette de achtervolging in. Toen Ayden zag dat mama ook van de partij was, wilde hij vanzelfsprekend bij mij op schoot. Zo stuiterde ik nog twee rondes over de zanderige heuveltjes, voordat ik toch aan mijn lichaam toegaf, maar wél met een zelfvoldane glimlach de baan af waggelde. Tijdens de midgetgolf bleef ik keurig met mijn beentjes omhoog op een picknickbankje zitten, maar even later rende ik alweer met een lasergun in handen achter Michael en zijn teamgenoten aan. Aan het einde van de middag zitten we alle drie bekaf in de auto en besluiten het de dag erna ‘rustiger aan’ te doen en lokaal te houden. In de loop van de dag stapten we op de fiets en reden naar het strandje langs de IJssel. Ik zat lekker met mijn kont in het zand, terwijl Michael zich uitleefde met het bouwen van een zandkasteel en Ayden heerlijk met zijn blote billen in de branding lag te dobberen. Alvorens weer naar huis te gaan haalden we nog een schepijsje in het centrum.
En toen was daar dus ’s avonds die rare buik, tja niet gek na al die inspanningen zou je denken. Na een kort nachtje word ik ook weer wakker met een zere buik. Niet veel later moet ik voor een nummer twee naar de wc, ach zou dat het toch geweest zijn? Nee toch niet, want even daarna begint het weer. Al snel begin ik er toch een soort van regelmaat in te herkennen. Ieder kwartier komt het ongeveer opzetten, houdt even aan en zakt daarna weer af. Zo gaat dat de hele dag door. Zouden dit dan toch al weeën zijn? Toevallig heb ik die middag weer controle in het ziekenhuis. Ik bel ze op om te vragen of Michael dit keer dan misschien mee mag naar de afspraak. Mocht er al wel iets op gang zijn gekomen en ik moet toch blijven dan is Michael tenminste ook al in Zwolle. Een paar dagen daarvoor hadden we alvast het campingbedje bij mijn ouders geïnstalleerd mocht Ayden daar moeten logeren. ’s Middags brengen we hem met zijn logeertasje naar oma en gaan wij zelf ook bepakt met de vluchtkoffer op weg naar Zwolle.
Tijdens de afspraak in het ziekenhuis doe ik mijn verhaal over de gebeurtenissen van die dag, maar de verloskundige vind het nog niet voldoende aanleiding om te checken of er al ontsluiting is. Wel wordt er een uitgebreide echo gedaan om te kijken of jij het nog goed maakt daarbinnen. Ze brengt nog even goed jouw voet in beeld, waarmee je oh zo graag mijn ribbenkast langs gaat. Enigszins gedesillusioneerd staan we een paar minuten later weer een vervolgafspraak in te plannen bij de balie, tot volgende week dan maar weer? We halen Ayden op bij mijn moeder en maken daarna een stop bij de supermarkt. Ayden heeft een meltdown en staat middenin de winkel de boel bij elkaar te schreeuwen. Michael en ik doen al minstens net zo gezellig tegen elkaar. Ik heb de blik van de kassière maar genegeerd, want ik kon mezelf er niet toe zetten om haar met een geforceerde glimlach een fijne avond te wensen. Dus storm ik haar voorbij om snel de tassen vol te proppen terwijl ik Michael laat afrekenen.
Als Ayden die avond op bed ligt haal ik de weeën timer weer tevoorschijn. Ze komen nu toch wel zo iedere 7 á 8 minuten, maar echt pijnlijk zijn ze eigenlijk nog niet echt. Sander en Reinie zitten in de voortuin en tijdens het omhoog halen van het zonnescherm raken we aan de praat. Ook de overbuurvrouw komt er nog even gezellig bij staan. Na lang wikken en wegen wat we nou moeten, besluit ik mijn eigen verloskundige in IJsselmuiden te bellen, waar ik tot de 35 weken onder controle stond voordat ik werd overgedragen aan het ziekenhuis. Ze wil met een uurtje wel even komen checken of ik al ontsluiting heb. Rond tienen staat ze inderdaad op de stoep. Bij de controle meet ze 1 á 2 centimeter ontsluiting, maar laat meteen weten dat ik daar net zo goed nog een week mee kan rondlopen zonder dat er iets gebeurt. Er is nog geen enkele verdere aanleiding om tot actie over te gaan, dus geef ik mijn ouders de laatste update en probeer de slaap te vatten.
Een half uur nadat de verloskundige weg is beginnen de weeën echter in kracht toe te nemen en wat pijnlijker te worden. Het is ook nog aardig warm boven, dus in slaap vallen lukt totaal niet. Urenlang lig ik in tweestrijd wat ik nou moet doen. Enerzijds probeer ik niet te ver op de zaken vooruit te lopen. Misschien zijn dit inderdaad maar oefenweeën en ik wil niet voor niets halsoverkop middenin de nacht naar het ziekenhuis, mijn vader wakker bellen om naar Ayden te komen om vervolgens te horen te krijgen dat ik weer naar huis mag tot het echt begint. Maar anderzijds wil ik ook niet te lang wachten en straks het risico lopen dat ik ergens langs de kant van de weg moet bevallen omdat het al zover is gevorderd dat we niet meer op tijd in het ziekenhuis kunnen komen. Om drie uur ’s nachts hak ik dan toch uiteindelijk de knoop door: ik wil naar het ziekenhuis. We bellen mijn vader op en niet veel later lig ik met een infuus in mijn arm en een CTG om mijn buik in het ziekenhuisbed. Helaas meten ze ook daar de ontsluiting nog maar op twee centimeter. Omdat de weeën ondertussen wel krachtiger voelen en zich iedere vijf á tien minuten aandienen mogen we wel blijven. De verpleegkundige raadt Michael aan om nog even wat proberen te slapen en mij om lekker onder de douche te gaan staan met de draadloze CTG.
Aanvankelijk vind ik het nog niet zo fijn onder de douche. De doucheruimte is groot en wordt niet snel warm. De douchekop is niet erg groot en zittend op de douchestoel wordt niet mijn hele lichaam in één keer met de straal bedekt. Bovendien is de verpleegkundige nog telkens in en uit de ruimte aan het lopen om handdoeken klaar te leggen en telkens de CTG weer iets te verleggen of strakker te zetten omdat die is afgezakt en de metingen niet meer goed doorkomen. Als ik het mijzelf op een gegeven moment wel comfortabel heb weten te maken, begint mijn geweten op te spelen. Jeetje wat een waterverspilling denk ik, vroeger thuis was er al lang luid op het plafond gebonsd en geroepen “Ben je al door het putje gespoeld?!” Nadat ik ook deze morele kwesties opzij heb geschoven begin ik wel van het douchen te genieten en ben daarom ook licht geïrriteerd als de verpleegkundige mij een tijdje later onder de douche vandaan komt plukken omdat de ontbijtkar zo langs zal komen en de verloskundige mijn voortgang moet gaan checken. Als ik de douche uitzet hoor ik meteen Michael’s luidde gesnurk aan de andere kant van de deur. Die man kan ook altijd en overal slapen, het is jaloersmakend. Gniffelend wenst de mevrouw van de ontbijtkar hem goedemorgen en neemt onze bestelling op. Als Michael beseft hoe laat het is, kijkt hij mij aan terwijl ik nog nastomend van het hete water het ziekenhuisbed in stap “Heb jij twee uur lang onder de douche gestaan?!” zegt hij verbaasd.
Helaas voor ons allemaal vordert de ontsluiting heel langzaam. Iedere twee uur als er wordt gecheckt blijk ik nog maar één centimeter verder te zijn. Maar zolang mijn lichaam die vordering zelf blijft maken, zullen ze nog niet ingrijpen wordt er gezegd. Pas als om drie uur ’s middags voor de tweede keer een ontsluiting van vijf centimeter wordt gemeten, wordt er besloten om mijn vliezen te gaan breken. Terwijl de verloskundige klaar zit met een soort lange haak om het gaatje te gaan prikken in mijn vlies, zet ik mij schrap. Ik verwacht een soort van harde klap als het knappen van een ballon, gevolgd door een stortvloed als ware een tsunami aan vruchtwater, maar alle twee blijft uit. Dat was toch een totaal andere beleving bij het spontaan breken van de vliezen bij de geboorte van Ayden. Het gaatje prikken hoor of voel ik niet eens, het vruchtwater voel ik daarna wel lopen, alsof ik heel langzaam in mijn broek plas. Het beoogde effect wordt wel behaald; de weeën beginnen elkaar nog sneller op te volgen en worden alsmaar krachtiger. Met iedere wee wordt er een golf vruchtwater uit mijn lichaam geduwd.
Ik krijg het zwaar en voel mij behoorlijk smerig als ik niet veel later compleet bezweet en badend in het vruchtwater in het bed lig te plakken. Ik krijg wat schone matjes onder mijn billen gedrukt en word daarna weer aan mijn lot over gelaten. Het is te merken dat de dames van de dagdienst in hun laatste uurtje zitten, hoe betrokken ze even geleden nog waren zo afwezig zijn ze nu. Ik begin het steeds moeilijker te vinden om de weeën op te vangen. In plaats van ze weg te puffen, begin ik mijn lichaam vast te zetten en ook tussen de weeën door kom ik nog maar moeilijk tot rust en blijf hoog in mijn ademhaling zitten. Op een gegeven moment trek ik het niet meer en vraag aan Michael om een zuster te halen. Na een korte uitleg over de pijnstilling besluit ik een morfinepompje aan te vragen. Dit kan snel aangesloten worden via het infuus en kan ik zelf bedienen door middel van het indrukken van een knopje bij het begin van iedere wee. Het valt mij tegen hoeveel ik de pijn van de weeën nog steeds voel, maar ik merk wel dat ik in het algemeen rustiger word en tussen de weeën door een beetje kan wegdommelen met mijn ogen dicht in mijn eigen bubbel.
Alles om mij heen begint langzaam maar zeker letterlijk en figuurlijk steeds waziger te worden. De avonddienst ploeg komt zich één voor één voorstellen, maar ik kan amper contact leggen. Mijn zicht is wazig, mijn gehoor neemt af en mijn energie zit op zo’n laag pitje dat ik alleen maar in het bed kan hangen met mijn ogen dicht. Alles wat ik probeer te eten en te drinken kots ik er met dezelfde snelheid weer uit. Aan het begin van de avond wordt de ontsluiting gemeten op 9 centimeter en voel ik telkens al een enorme persdrang opkomen. Bij iedere wee mag ik nu naast het wegpuffen al langzaam een beetje gaan mee persen. Niet veel later mag het echte persen beginnen. Nog half high van de morfine vind ik het lastig om de overschakeling te maken van het wegpuffen naar opeens het vastzetten van je adem en mee persen. Vooral als ze mij vragen om mijn adem weer los te laten en opnieuw vast te zetten om voor een tweede of derde keer op een wee te persen, voelt dat heel naar.
Ik kan mij maar lastig aanpassen naar deze nieuwe fase van de bevalling. Alles gebeurt opeens zo snel. Het voelt alsof ik nog moet ontwaken uit mijn morfinecoma, terwijl ondertussen al het hemd van mijn lijf gevraagd wordt over of ik niet wil wisselen van houding: “Even naast het bed proberen of eventueel op de baarkruk? Kun je misschien ook op je zij liggen of wil je nog je billen iets meer naar onder doen, want je ligt eigenlijk niet helemaal in een goede hoek?” En tussendoor maar weer telkens die weeën… “…nu is het tijd, nu moet je meegaan!” Maar met welke energie in godsnaam? Ik heb al zeker 36 uur niet geslapen en al een uur of vijf niets gegeten of gedronken. Soms denk ik bij mijzelf als ik een wee voel opkomen - ‘Kan ik niet gewoon doen alsof ik hem niet voel en er even eentje overslaan’. Maar nee, daar heb ik alleen mezelf maar mee, dan duurt het nog langer. En straks duurt het zo lang dat ze de vacuümpomp erbij pakken of toch nog willen overgaan op een keizersnede en daar zit ik al helemaal niet op te wachten!
Ondanks dat het voor mijzelf voelt alsof ik totaal geen progressie maak, lijken de verloskundige en verpleegkundige toch wel onder de indruk van mijn verrichtingen. “Zo hé, wat een kracht hoor!” zegt de één terwijl de ander benoemt dat ze de haartjes al kan zien en jouw hoofdje langzaam naar buiten komt. Bekrachtigt door de dames hun bemoedigende woorden begin ik toch meer mijn draai te vinden en langzaam maar zeker steeds beter aan te voelen hoe ik het meest effectief kracht zet achter de wee “Ja dat is het Bonita en nu doorpakken, kom op!” zegt de verloskundige (wat onderhand alweer een andere is omdat de vorige haar dienst erop zat en ze een afspraak had). Ondertussen valt Michael van de ene verbazing in de andere “Oh wow! Ik zie het hoofdje gewoon, daar komt hij Bon!”
Op het moment dat volgt zal niemand je ooit goed kunnen voorbereiden. Het moment dat het hoofdje ‘staat’. Tijdens de keizersnede waarmee Ayden ter wereld kwam beleefde ik een soort ‘Lion King–momentje’ toen hij geboren werd en ze hem boven het operatiescherm uit hielden als ware het Rafiki die Simba tentoonstelde op pride rock. Als ik een soundtrack zou moeten kiezen voor deze bevalling - onder het moment dat ik voor een derde keer mee pers op een wee en het hoofdje staat, zou ik zonder twijfel gaan voor de openingssong van de Lion King: “Naaaaaaaaaaaaaants ingonyama bagithi baba!” Alhoewel ‘The Ring of Fire’ van Johnny Cash ook niet zou misstaan… “and it burns burns burns, the ring of fire”. En dan moet je dus wachten op de volgende wee om het hoofdje er verder doorheen te persen… de seconden lijken een eeuwigheid te duren. “Waarom duurt het zo lang? Die wee komt niet!” schreeuw ik uit. “Jawel, die komt wel. Hij zal komen!” En gelijk krijgt ze. Zo moeilijk als die eerste paar centimeters van jouw lichaam naar buiten komen, zo makkelijk pruttelt de rest er achteraan en krijg ik dan eindelijk op dinsdagavond 15 juni om 20.01 uur mijn lieve kleine vent - Devin Ilay op mijn borst gedrukt.
Ik besef mij maar al te goed hoe ontzettend veel geluk ik heb om die oh zo kostbare eerste momenten op deze manier met jou mee te maken. Ze zetten slechts een mutsje op je hoofd, leggen een aantal handdoeken over je heen en raken je zeker de eerste anderhalve uur daarna niet meer aan. Hoe anders ging dat met Ayden waar we bij hem enkel even zijn handje mochten aanraken waarna hij direct werd meegenomen naar een andere kamer om de eerste controles uit te voeren en ik hem pas op de uitslaapzaal op mijn borst gelegd kreeg. Zo voelen wij meteen elkaars warmte, ademhaling en hartslag en lig je al binnen het eerste half uur bij mij te drinken. Hoewel ik doodmoe ben van de enorme uitputtingsslag probeer ik ieder moment in mij op te nemen. Het gevoel van jou zachte warme huid tegen de mijne. De lieve geluidjes die je maakt terwijl je zoekt naar mijn borst. Ik kus je zachte haartjes en hou je kleine vingertjes in de mijne. En even is alles goed.
“Ik kus je zachte haartjes en hou je kleine vingertjes in de mijne. En even is alles goed.”
Echt lang kan ik hier echter niet van genieten, omdat de dames alweer allerlei dingen van mij verwachten. Binnen een half uur moet de placenta er namelijk nog uit geperst worden, anders is er grotere kans op bloedingen. Zodra dit gebeurt is wordt de naald en draad tevoorschijn gehaald. Hoewel het plaatselijk verdoofd is voel ik ieder steekje. Ondertussen hoor ik de verpleegkundige op de achtergrond bellen naar de centrale balie van de afdeling “Ja hallo, 52 is bevallen.” zo snel ga je hier dus weer van met je voornaam worden aangemoedigd tot gereduceerd naar je kamernummer. Ik word aangespoord om onder de douche te gaan en iedere paar minuten komt er iemand vragen of ik al geplast heb. Ondertussen worden bij jou de eerste controles uitgevoerd en mag je nog even lekker warm bij papa tegen zijn borst liggen. Zodra we allebei onze kleren aan én ik en papa onze avondmaaltijd op hebben, kijkt de verpleegkundige op haar horloge en zegt: “Jullie mogen eigenlijk nog wel naar huis.” Oei, die had ik even niet zien aankomen. Blijkbaar was dat ik geplast had de laatste voorwaarde waaraan we nog moesten voldoen. Ik blijf even stil en de verpleegkundige vult aan: “Het is niet dat ik je weg wil hebben, maar Devin drinkt goed en jij bent mobiel… en eigenlijk zijn we de ruimte wel nodig.” There ain’t no rest for the wicked! Michael staat net op het punt om de volgende in het lijstje van de familie te gaan bellen als ik hem overval met het nieuws dat hij maar even de maxi cosi uit de auto moet gaan halen omdat we naar huis mogen, of ja… moeten.
En zo rijden we pak hem beet 20 uur nadat we in het holst van de nacht waren vertrokken, weer over een net zo lege snelweg terug naar huis. Bij enkele buren brand nog licht in huis als we in onze straat aankomen. Nadat ik naar binnen ben gestrompeld en Michael de maxi cosi met jou erin naar binnen heeft getild, loopt hij nog even terug naar de auto voor de tas. Als hij naar binnen wil lopen wordt hij aangesproken door de buurvrouw. Ze denkt dat hij alleen is thuis gekomen en niet in het ziekenhuis mocht overnachten en wil hem uitnodigen bij hun een drankje te komen doen. “Nee joh, ze zit op de bank!” zegt Michael tegen haar, wat zij vervolgens weer doorgeeft aan de buurman. “Ach wat sneu, hebben ze haar weer naar huis gestuurd?” antwoord hij, hij denkt dat de bevalling nog niet begonnen is. “Nee, met baby!” roept de buurvrouw verheugt terug. Ja we zijn thuis. Waar het even daarvoor nog als complete waanzin voelde dat we halsoverkop onze kamer moesten verlaten, zijn we nu beide heel blij om lekker thuis te zijn. De ontmoeting met de grote broer zal helaas nog even moeten wachten tot opa en oma hem in de ochtend zullen thuisbrengen, maar alles op zijn tijd mijn lieve vriendje. Je bent er en dat is het belangrijkste.